Uit de nieuwe voortgangsrapportage ‘Tussen Kamer, krant en sociale media’ van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme blijkt dat uitspraken over bevolkingsgroepen van politici, berichtgeving in nationale kranten en reacties van gebruikers op YouTube elkaar kunnen beïnvloeden en versterken. Vooral uitspraken van Tweede Kamerleden, zoals speeches en interrupties, hebben een aanjagende werking: wanneer zij vaker, negatiever of discriminerend over bevolkingsgroepen spreken, volgen in de periode daarna vergelijkbare uitingen op met name sociale media, en in mindere mate in kranten. Door deze wisselwerking ontstaat het risico dat discriminerende taal in het publieke debat als steeds normaler wordt gezien, terwijl discriminatie op alle gronden van artikel 1 Grondwet in ons land verboden is.
Discriminatie is een diep verankerd en een wijdverspreid probleem binnen de Nederlandse samenleving. Het beschadigt mensenlevens en hersteloperaties kosten de samenleving miljarden. Steeds meer mensen ervaren discriminatie op allerlei maatschappelijke terreinen, zoals onderwijs, zorg en de arbeidsmarkt. In 2024 verdubbelde het aantal discriminatiemeldingen bij antidiscriminatievoorzieningen vergeleken met het jaar ervoor.
Wisselwerking
Discriminatie is een terugkerend onderwerp in de politiek, in kranten en op sociale media. In het publieke debat komt geregeld de vraag naar voren in hoeverre uitingen van politici, berichtgeving in kranten en reacties op sociale media elkaar beïnvloeden en kunnen bijdragen aan een klimaat waarin discriminatie wordt genormaliseerd. Tot nu toe ontbrak wetenschappelijk onderbouwde kennis over deze wisselwerking, met name over de richting waarin de beïnvloeding verloopt. Om daar beter zicht op te krijgen, heeft de staatscommissie onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam gevraagd hier onderzoek naar te doen. Zij analyseerden toespraken en interrupties van Tweede Kamerleden, artikelen uit nationale kranten en YouTube-reacties onder de kanalen van De Telegraaf, NOS, NOS Jeugdjournaal en NU.nl. Daarbij is gekeken hoe vaak over bevolkingsgroepen wordt gesproken, met welke emotionele lading dit gebeurt en hoe vaak er sprake is van discriminerende uitingen. Het onderzoek is gebaseerd op miljoenen teksten uit de periode 2014–2024, waardoor patronen in de tijd goed zichtbaar worden.
Sterke doorwerking van politieke uitspraken
De resultaten laten zien dat vooral uitingen van Tweede Kamerleden richtinggevend zijn. Wanneer politici vaker, negatiever of discriminerend over bevolkingsgroepen spreken, volgen in de periode daarna vergelijkbare patronen op sociale media. Tegelijkertijd zijn er ook aanwijzingen voor invloed in de omgekeerde richting. Wanneer op sociale media vaker over bevolkingsgroepen wordt gesproken, en wanneer deze uitingen negatiever van toon zijn, is dit in de periode daarna ook terug te zien in uitingen van Tweede Kamerleden.
Zo ontstaat volgens de staatscommissie een risico op een neerwaartse spiraal waarin discriminerende taal steeds ‘normaler’ wordt, en dat is zorgelijk. “Politici, journalisten, sociale mediaplatforms en gebruikers daarvan dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor een publiek debat dat volgens principes van gelijkwaardigheid wordt gevoerd,” stelt commissievoorzitter Joyce Sylvester. “Het doorbreken van de normalisering van discriminatie vraagt om continue bewustwording van de impact van woorden”. Het is volgens haar essentieel om blijvend te beseffen dat discriminerende taal niet acceptabel is, juist in het politieke en publieke debat. “Alleen zo kan worden bijgedragen aan een respectvolle omgang met diversiteit en kunnen discriminatie en racisme in ons land worden tegengegaan.”