Totstandkoming
Hieronder vind je de belangrijkste momenten voor de totstandkoming van de staatscommissie tegen discriminatie en racisme.
De Tweede Kamer debatteert over de demonstraties tegen racisme in de Verenigde Staten. De Tweede Kamer vindt dat er een Nationaal Coördinator en een staatscommissie tegen discriminatie en racisme in Nederland moet komen.
Aangenomen moties: motie Jetten c.s., motie Azarkan c.s., motie Asscher c.s.
Het kabinet stuurt een brief aan de Tweede Kamer. Hierin staat dat de minister in 2021 verder wil praten over een staatscommissie.
Het rapport over de toeslagenaffaire ‘Ongekend onrecht’ komt uit. Dit rapport zegt dat de overheid zich niet aan de grondwet heeft gehouden.
De Tweede Kamer vindt dat er een onderzoek moet komen naar discriminatie en racisme door de overheid. Ook moet er een plan komen om discriminatie en racisme door de overheid aan te pakken.
Aangenomen motie: motie Azarkan c.s.
Er komt een advies over taken van de Nationaal Coördinator en de staatscommissie. De staatscommissie onderzoekt discriminatie en racisme en geeft advies om dit tegen te gaan. De Nationaal Coördinator en de overheid kunnen dit advies uitvoeren.
Het kabinet geeft meer duidelijkheid over de rol van de staatscommissie. De commissie maakt een rapport na vier jaar. Ook geeft de commissie tussendoor advies aan de politiek.
De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme wordt benoemd. Vanaf dit moment wordt de staatscommissie actief voorbereid.
Lees hier de kamerbrief start Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme.
De Koning stelt de staatscommissie in en benoemt de voorzitter. Het instellingsbesluit bevat de taakopdracht.
Lees hier de instelling van de staatscommissie en lees hier de kamerbrief hierover.
De minister benoemt de leden van de staatscommissie.