De staatscommissie had een interdisciplinair en wetenschappelijk profiel. Zij bestond uit leden uit verschillende vakgebieden. Voorbeelden hiervan zijn openbaar bestuur, rechtswetenschap, kunstmatige intelligentie, methodologie, sociologie en organisatiepsychologie. De staatscommissie richtte zich op langdurig, omvangrijk onderzoek naar fundamentele  vraagstukken. Zij bracht hiervoor bestaande inzichten samen en gaf daarnaast ook nieuwe inzichten.

De staatscommissie was onafhankelijk. Zij had zelf een werkprogramma opgesteld. Hierin stond de werkwijze en inhoudelijke lijnen beschreven waarlangs de staatscommissie gedurende vier jaar haar onderzoek vormgaf en uitvoerde. Voor het opstellen van het programma had de staatscommissie gesproken met relevante partijen en organisaties, waaronder het College voor de Rechten van de Mens en de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme.